Op 11 september 1944 vond een executie van vijf mannen plaats in de duinen van Valkenisse. Op 19 september volgde hier een zesde en laatste executie. De slachtoffers waren drie Vlamingen uit Zelzate en drie Nederlanders waarvan er twee uit Middelburg en één uit Wissenkerke kwamen.
Waarom vonden deze terechtstellingen hier plaats?
Met de Britse inname van Antwerpen groeide in Nederland het optimisme dat het einde van de oorlog snel naderde. De volgende dag, dinsdag 5 september, is in de geschiedenis Dolle Dinsdag. Door een veel te optimistische radio nieuwsuitzending, verwachtten velen dat de geallieerden elk moment de straat in zouden kunnen komen. Hierdoor brak in het zwak bezette Noord-Beveland een soort van opstand uit, waarbij een deel van het lokale verzet in vier auto’s over het eiland reden en zelfs vier Duitse militairen gevangen namen. De Duitsers reageerde door troepen vanuit Walcheren over te brengen die onmiddellijk een einde maakten aan de voorbarige roes van bevrijding. De volgende dag werd een onderzoek ingesteld waarbij alleen Andries Pieter Dieleman als verdachte werd gearresteerd.
In Middelburg braken op diezelfde dag, na het vallen van de duisternis, Willem Niesthoven en een vriend de doorgaande Poelendaleweg in Middelburg op. Ze groeven een kuil, waardoor een soort autoval ontstond. Ook nu werd de volgende dag nader onderzoek gedaan naar de verdachten en werd alleen Niesthoven gearresteerd.
De Duitse 70ste Infanteriedivisie die op Walcheren was gestationeerd, vertrok eind augustus 1944 voor een groot deel naar de omgeving van Gent in België in een poging de geallieerde opmars tegen de houden. Bij de terugtocht naar Walcheren troffen ze in een woning een Britse piloot aan. Hierbij werden André Pierets en zijn zwager Albert De Colvenaer en diens zoon Yvan De Colvenaer gearresteerd en met de doortrekkende troepen naar Vlissingen overgebracht.
Standrecht
Op het regimentshoofdkwartier op het fort Linker Reduit in Vlissingen vond op zaterdag 9 september een standrecht plaats. Dit fort is nog altijd herkenbaar als woonwijk met de gehandhaafde slotgracht onder de naam ‘Het Fort’. Standrecht is een oud internationaal recht dat gehanteerd mocht worden om het gezag binnen de troepen te handhaven en zodoende gericht tegen deserterende soldaten. Vanaf 1850 was het ook mogelijk dit tegen burgers in te zetten ten tijden van politieke opstanden. Het standrecht is de laatste officiële juridische fase voordat van moord kan worden gesproken. Dit is de reden waarom na de oorlog deze executies niet onder de oorlogsmisdaden vielen. Voor de krijgsraad de taak om te bepalen of de mannen schuldig of onschuldig waren. Voor de vijf genoemde mannen gold schuldig als bewezen. Dit betekende de doodstraf door de kogel.
De krijgsraad viel onder een troepenofficier. Had deze onder een militair jurist gestaan was de 17-jarige Yvan De Colvenaer hoogst waarschijnlijk vrijgesproken. Hij was nog niet volwassen en kon niet verantwoordelijk worden gehouden voor de keus van zijn vader en oom om een Britse piloot onderdak te bieden. Ook in de Eerste Wereldoorlog zijn door de Duitse rechtspraak Belgische burgers gefusilleerd. Yvan is de jongst geëxecuteerde Vlaming uit beide wereldoorlogen. Eén dag na de rechtszitting moest het vonnis worden uitgevoerd. Zondag was hierop een uitzondering waardoor de fusillade, naar militair internationaal gebruik, maandagochtend 11 september bij ochtendgloren is voltrokken.